Home
  Ida Gerhardt
       Levenslijn
       Gedicht van de maand
  Het Genootschap
       Bestuur
       Comité van aanbeveling
       Jaarverslag
  Activiteiten
       Agenda
       In het verleden
       Activiteiten door anderen
  Schriftuur
       Gepubliceerde schrifturen
       Redactie en vormgeving
  Donateur worden
  Contact
  Ida Gerhardt op het web
Gedicht van de maand: mei

HET CARILLON

Ik zag de mensen in de straten,
hun armoe en hun grauw gezicht, -
toen streek er over de gelaten
een luisteren, een vleug van licht.

Want boven in de klokketoren
na `t donker-bronzen urenslaan
ving, over heel de stad te horen,
de beiaardier te spelen aan.

Valerius: - een statig zingen
waarin de zware klok bewoog,
doorstrooid van lichter sprankelingen,
`Wij slaan het oog tot U omhoog.`

En één tussen de naamloos velen,
gedrongen aan de huizenkant
stond ik te luist`ren naar dit spelen
dat zong van mijn geschonden land.

Dit sprakeloze samenkomen
en Hollands licht over de stad -
Nooit heb ik wat ons werd ontnomen
zo bitter, bitter liefgehad.

Uit: Het Veerhuis (1945), VG 81

Copyright © 2008 Ida Gerhardtgenootschap